Login

Vaarwijzer Nieuwsbrief - week 41 2012


Deze week een lange nieuwsbrief en veel aandacht voor het Klein Vaarbewijs. De afgelopen jaren zijn er steeds wijzigingen in de regels geweest en dit jaar voert de examenorganisatie diverse aanpassingen door en met ingang van 1 januari 2013 staan er nog meer wijzigingen te wachten. Dat alles bij elkaar opgeteld maakt dat er een flinke verschuiving gaande is. Naar onze mening is er sprake van verbeteringen, maar veranderingen gaan nooit vanzelf. Wij merken dat al deze veranderingen bij zowel opleiders als kandidaten tot vragen leiden. Vragen waarop kennelijk niet altijd een antwoord bestaat, wat tot onzekerheid en tot een stroom aan geruchten leidt. In onze eigen bewoordingen proberen wij in deze Nieuwsbrief meer duidelijkheid te geven. En de komende tijd tot aan 1 januari zullen wij nog wel vaker op dit onderwerp terugkomen. Aarzel dus niet om ons uw vragen te stellen op redactie@vaarwijzer.nl.

Het Klein Vaarbewijs

De verplichting om met een Klein Vaarbewijs te varen geldt voor hen die varen met:

  • een schip met een lengte van 15 meter of meer dat niet bedrijfsmatig wordt gebruikt
  • een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt of voor bedrijfsmatig gebruik is bestemd
  • een sleep- of duwboot (die niet wordt gebruikt om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen, langszij mee te voeren of te duwen)
  • een motorboot met een lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur kan bereiken.

Om een Klein Vaarbewijs te verkrijgen dient men te voldoen aan de medische eisen voor de binnenvaart, moet u minimaal 18 jaar zijn en moet u geslaagd zijn voor het examen. De voorwaarden kunt u hier nalezen ...

Er bestaan diverse vaarbewijzen. De zogenaamde grote vaarbewijzen zijn voor de bedrijfsmatige vaart langer dan 20 meter of om met meer dan 12 passagiers te varen. Voor de watersporter zijn het zogenaamde Groot Pleziervaartbewijs en de kleine vaarbewijzen relevant. Het Groot Pleziervaartbewijs is eigenlijk een vrijstellingsbewijs voor het (Beperkt) Groot Vaarbewijs voor hen die varen op vaartuigen langder dan 25 meter die niet bedrijfsmatig worden gebruikt. Het Klein Vaarbewijs is dus voor alle schepen verplicht die vallen onder de bovenstaande opsomming.

Al meer dan 300.000 watersporters zijn in het bezit van een Klein Vaarbewijs. Zeker de helft hiervan valt niet onder de vaarbewijsplicht, maar heeft er toch voor gekozen een Klein Vaarbewijs examen af te leggen. Verstandig, want u gata beter goed voorbereid het water op. Enige kennis van het varen en de regels op het water is dan wenselijk. Voor uw eigen veiligheid en die van anderen.

Het Klein Vaarbewijs kent twee soorten die betrekking hebben op het vaargebied waarop met dit vaarbewijs op de binnenwateren gevaren mag worden. Voor het varen op rivieren, kanalen en meren, met uitzondering van de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het IJmeer en het Markermeer heeft u voldoende aan Klein Vaarbewijs I. Er mag met Klein Vaarbewijs I overigens wel gevaren worden op de Gouwzee. Voor het varen op alle Nederlandse binnenwateren heeft u Klein Vaarbewijs II nodig. Hoewel dit wellicht vreemd klinkt wordt de Waddenzee als binnenwater gezien en geldt daar onder meer het Binnenvaart Politiereglement (BPR) en mag u daar met een Klein Vaarbewijs varen.

Op open zee geldt geen vaarbewijsplicht en kunt u varen op een schip waarvoor u op het binnenwater wel een klein vaarbewijs moet hebben. Maar let op; de Nederlandse kustlijn geldt als grens. Voor het strand mag u bijvoorbeeld op een snelle jetski varen zonder klein vaarbewijs, maar zodra u een zeegat of zeehaven invaart gaat u die grens over en is een klein vaarbewijs dus verplicht. Daarom raden wij iedereen die met een normaal vaarbewijsplichtig schip op zee wil varen aan, om toch minimaal een klein vaarbewijs te halen. U weet immers nooit of u niet een Nederlandse haven moet invaren.

De meeste Europese landen hebben een eigen vaarbewijs of brevet. De regels in deze landen wijken van elkaar af. Internationaal is afgesproken dat in principe de regels voor de de lokale vaarbewijsplicht gelden, maar dat u dan wel mag varen met het juiste vaarbewijs uit eigen land. In Nederland geldt bijvoorbeeld de snelheid die een vaartuig kan halen als grens. In andere landen geldt dat u een vaarbewijs moet hebben boven een bepaald motorvermogen. In andere landen geldt weer dat u ook voor de vaart op zee een vaarbewijs moet hebben. Bereidt u dus goed voor als u in een ander land gaat varen. Op de website van ANWB Watersport vindt u alle relevante informatie. Om het vergelijken van al die buitenlandse vaarbewijzen niet al te moeilijk te maken is men internationaal een minimale norm overeengekomen. Alle lokale vaarbewijzen worden langs die norm gelegd en houders van een lokaal vaarbewijs kunnen daarmee het vergelijkbare internationale vaarbewijs aanvragen. Dit internationale vaarbewijs of ICC krijgt u in Nederland tegenwoordig automatisch zodra u een klein vaarbewijs aanvraagt en staat achterop uw vaarbewijspas. Klein Vaarbewijs I komt overeen met het ICC Inland waters en het Klein Vaarbewijs II komt overeen met het ICC Coastal Waters. Sinds dit jaar kunnen inwoners van Belgie eindelijk ook een ICC aanvragen en zijn daardoor niet meer genoodzaakt een Nederlands klein vaarbewijs te halen. Ondanks dat zien wij dat nog steeds relatief veel Belgen toch in Nederland examen willen doen. En dat terwijl het Nederlandse examen beslist niet makkelijker is. Om in Belgie een Stuurbrevet te bekomen is namelijk een enige aantoonbare praktijkervaring verplicht. Het examen in Nederland is puur theorie. Hoewel dat naar mijn mening niet de blijvende interesse vanuit Belgie voor het Nederlandse vaarbewijs niet kan verklaren.

Wanneer een vaarbewijs verplicht is, welke vaarbewijzen er zijn en waar u daarmee mag varen zijn onderdeel van de voor het examen voorgeschreven leerstof. Kennis van de regels in het buitenland zijn geen onderdeel op het examen.

Examen doen

De examens voor het Klein Vaarbewijs en het Groot Pleziervaartbewijs worden afnomen door de Vamex. Het examen zelf is een theorie examen en wordt afgenomen op een computer. Daarom wordt ook wel van beeldschermexamen gesproken. Direct na het examen krijgt u te horen of u geslaagd bent. Het examen is niet openbaar en kunt u na afloop niet meer inzien.
Aanmelden voor het examen gaat via de website van Vamex en u kunt zelf kiezen wanneer en waar u examen doet (mits er plaats is). De goed verzorgde website bevat verder veel informatie over het examen en het klein vaarbewijs zelf.

Vamex is naast landelijk examinator voor het Klein Vaarbewijs en het Groot Pleziervaartbewijs ook erkend als een van de examinerende instanties voor het basiscertificaat marifonie.

Examenlocaties Zwolle en Dordrecht weer open na verbouwing

Er zijn in totaal vijf locaties waar u examen kunt doen voor het Klein Vaarbewijs. De examenlocaties in Zwolle en Dordrecht zijn vanaf begin deze maand weer open. In september zijn beide locaties verbouwd en is een compleet nieuwe inrichting gerealiseerd. Het afgelopen jaar waren al nieuwe locaties in Zoetermeer, Alkmaar en Den Bosch in de nieuwe huisstijl van de examenorganisatie Vamex ingericht. Daarmee hebben nu alle vijf examenlocaties een eigentijdse, toegankelijke en uniforme inrichting gekregen. Heeft u op een nieuwe locatie examen gedaan, of doet u binnenkort examen, laat ons weten wat u van de nieuwe locaties vindt. Klik hier ...

In het voorjaar is het altijd druk en kan het zijn dat u niet meteen examen kunt doen. Schrijf u dus bijtijds in.

Examen Klein Vaarbewijs

Het examen voor het Klein Vaarbewijs I bestaat uit 30 meerkeuze vragen. Het examen voor het Klein Vaarbewijs II bevat ook een paar open vragen en bestaat in totaal uit 25 vragen. Vamex wil graag meer vragen op het examen stellen en de onderlinge weging van bepaalde onderwerpen aanpassen. Meer vragen is wenselijk omdat ook nieuwe onderwerpen aan de leerstof worden toegevoegd.
Elk examen bestaat uit een aantal verschillende onderwerpen. Al deze onderwerpen komen uit de voorgeschreven leerstof. Deze voorgeschreven leerstof is vastgelegd in een zogenaamde afbakening. Dat is een beschrijving op hoofdlijnen van die onderwerpen die u moet kennen en waarbinnen de examenorganisatie vragen op het examen stelt. Hoe het examen is opgebouwd, het aantal vragen per onderwerp en hoe de waardering van deze vragen is, is vastgelegd in de toetsmatrijs. De toetsmatrijs is zeg maar de sleutel waarmee de examens worden samengesteld; 2 vragen over onderwerp x die samen y punten geven, etc.. Tot slot is er nog een examenreglement waarin is vastgelegd hoe het examen wordt afgenomen en wat uw rechten en plichten zijn en bijvoorbeeld hoe er gehandelt moet worden als u bezwaar wilt maken tegen de uitslag. Afbakening en toetsmatrijs zijn voor de inhoud van het examen van belang. Het reglement gaat met name over de procedures. Op de website publiceert Vamex ook nog een proefexamen voor Klein Vaarbewijs I en II. Dit geeft een klein beetje een beeld van de opzet van het "echte" examen. Waarbij opgemerkt dat de vragen in de proefexamens niet op het examen gebruikt zullen worden.

Vamex heeft dit jaar een gewijzigde afbakening gepresenteerd. Inhoudelijk verschilde deze nauwelijks van de vorige afbakening. De nieuwe afbakening was met name bedoeld om de verschillende onderdelen meer op gelijke wijze te bespreken en dus te verduidelijken. Tegelijkertijd is de toetsmatrijs toen in diezelfde lijn aangepast. Na de eerste publicatie in april 2012 zijn proefexamens en toetsmatrijs nog een paar keer iets aangepast. De laatste geldende versie vindt u altijd op de website van Vamex.

Een van de hardnekkige geruchten die momenteel rondgaat is dat het examen is verandert en dat er "allemaal" nieuwe onderwerpen op het examen voorkomen. Dat is dus niet waar. Inhoudelijk is de afbakening niet veel anders als dat deze de afgelopen jaren was. Wat wel is gebeurt is dat Vamex veel tijd heeft gestoken in de eigen vragenbank van vragen die op het examen voorkomen. De commissieleden die deze vragenbank onderhouden zijn allen op cursus geweest en hebben alle vragen onder het vergrootglas gelegd. Vragen zijn herschreven, zijn komen te vervallen en een groot aantal nieuwe vragen is toegevoegd. Maar dat alles wel binnen de geldende afbakening.
Met name bij het schrijven van nieuwe vragen heeft men goed gekeken naar wat men binnen de afbakening nog meer over een bepaald onderwerp kan vragen en of dat dan een vraag is die nog niet in de vragenbank zit. Verder heeft men vooral gekeken dat vragen meer kijken naar de toepassing van de leerstof en minder naar uit het hoofd geleerde regeltjes en feiten. Ook daarvoor zijn een paar nieuwe vormen van vraagstelling geintroduceerd, waarbij de vragen met twee stellingen of beweringen inmiddels berucht zijn. Een vraag bestaat uit twee stellingen met vier antwoordopties: a. beide stellingen zijn juist, b. stelling I is is juist, II onjuist, c. steling I is onjuist, II juist, d.beide stellingen onjuist.

In de voorgaande jaren leek er nauwelijks iets gewijzigd in de vragenbank en deze vragen stamden merendeels nog uit de tijd van de na afloop openbare landelijke examens en waren daardoor inmiddels ook vast onderdeel van leerboeken, oefen-cd's, online cursussen en andere lespakketten van de verschillende opleiders. Er veranderde niets en dus was er ook geen aanleiding om iets in het studiemateriaal aan te passen. Tegelijkertijd was er een beweging gaande waarbij kandidaten steeds minder bereid leken om veel tijd in de voorbereiding op het examen te steken. Opleiders speelden daar weer op in met zelfstudiepakketten, vaarbewijs in 1 dag trainingen etc.. Trainingen die helemaal ingericht waren om alleen dat te leren wat ook echt op het examen werd gevraagd. De afbakening bestond al jaren maar werd nauwelijks gezien als leidraad om les te geven.

Tot dit jaar dan. Voor het eerst verschenen er echt nieuwe vragen op het examen en kregen opleiders dat terug van hun leerlingen die zich ter voorbereiding stevig hadden gestort op het veel oefenen van vragen. En nog steeds horen wij van opleiders dat zij worden aangesproken door cursisten over nieuwe onderwerpen op het examen. Fout. De examens zijn nog steeds volgens dezelfde afbakening, maar de nieuwe vragen gaan ook over die onderdelen binnen de afbakening die voorheen niet of nauwelijks aan bod kwamen. En dus ook niet of nauwelijks in de lessen of boeken aan bod zijn gekomen. Opleiders en uitgevers zullen met deze nieuwe realiteit moeten omgaan.

Maar ... er gaat wel degelijk iets veranderen. Vamex wil namelijk straks wel een aantal nieuwe zaken op het examen aan de orde brengen. En wil het examen ook vooral richten op het toetsen of mensen het geleerde ook kunnen toepassen. Daarvoor wil men dan de onderlinge weging van vragen aanpassen en ook zal het aantal vragen op het examen toenemen. Met het onderwijsveld en de uitgevers is afgesproken dat deze wijzigingen ingaan op 1 januari 2013. Vanaf die datum worden de examens afgenomen volgens de nieuwe afbakening en met een nieuwe toetsmatrijs. Uitgevers en opleiders hebben tot die datum de kans om het lesmateriaal aan te passen en deze zijn dan ook nu al druk doende om de boeken en cd's klaar te maken voor het nieuwe examen.

U gaat goed voorbereid naar het examen als u leerstof van boek of cursus goed bestudeert. U oefent het geleerde door veel oefenvragen te maken en die onderdelen waar u minder op scoort nog een keer te bestuderen. De combinatie van leren en oefenen maakt dat u het geleerde beter kunt onthouden en ook goed kunt toepassen.

Aanvullende examen verdwijnt?

Op dit moment zijn er nog drie soorten examens voor het klein vaarbewijs. Vaarbewijs 1 (VB1) voor Klein Vaarbewijs I, Vaarbewijs Aanvullend (VBA) dat samen met VB1 recht geeft op het Klein Vaarbewijs II. En tot slot Vaarbewijs 2 (VB2) dat bestaat VB 1 en VBA tegelijk, ook voor het Klein Vaarbewijs II. Dit blijkt in de praktijk nog wel tot verwarring te leiden. Om deze verwarring weg te nemen wordt vanaf 1 januari 2013 gewerkt volgens een nieuwe opzet, waarbij de term VBA (Aanvullend) verdwijnt.

  • Examen Klein Vaarbewijs 1 (KVB1) geeft recht op Klein Vaarbewijs I (examen wordt aangeduid met gewoon cijfer, het vaarbewijs met het Romeinse cijfer).
  • Examen Klein Vaarbewijs 2 (KVB2) mag alleen worden afgelegd nadat KVB1 behaald is en geeft recht op Klein Vaarbewijs II.
  • Examens KVB1 en KVB2 kunnen ook in één keer direct na elkaar worden afgelegd (KVB1+KVB2). Daarbij geldt echter wel regel 2. Dus als u zakt voor KVB1, wordt u niet toegelaten tot het aansluitende examen KVB2.

Examen KVB2 is dus feitelijk het "oude" aanvullende examen.

Geldigheid naar 75 jaar

Tot een paar jaar terug was uw vaarbewijs geldig tot uw 65e verjaardag. Dat is toen gelijkgetrokken met het rijbewijs. Voor het rijbewijs geldt echter vanaf 1 januari 2013 een nieuwe keuringsleeftijd van 75 jaar. Het is de wens van velen om de keuringsleeftijd voor het Klein Vaarbewijs ook naar 75 jaar op te trekken. Of en welke consequenties deze aanpassing voor het vaarbewijs gaat hebben is op dit moment nog niet duidelijk. Het verantwoordelijke ministerie van I en M is zich nog aan het beraden over een definitief standpunt hierover en wacht ook nog op verdere input van de verschillende belangenorganisaties. Uw Klein Vaarbewijs blijft voorlopig dus geldig tot uw 70e verjaardag. Daarna moet u periodiek gekeurd worden om te zien of verlenging nog mogelijk is.

Regematig wordt op het examen Klein Vaarbewijs I gevraagd naar de voorwaarden voor het verkrijgen van een klein vaarbewijs (medisch geschikt, geslaagd voor examen en 18 jaar of ouder), vanaf wanneer u periodiek gekeurd moet worden (70e verjaardag).

Omruilactie oude vaarbewijzen uitgesteld

In de loop der jaren is het vaarbewijs zelf diverse keren van vorm en inhoud verandert. De eerste vaarbewijzen waren nog van papier en niet voorzien van een pasfoto. Het huidige vaarbewijs is van kunststof, heeft het formaat van een creditcard en toont onder andere een pasfoto van de houder. Op de achterkant van de nieuwste exemplaren staat meteen het corresponderende Internationale vaarbewijs (ICC). Vroeger was het vaarbewijs geldig tot uw 65 verjaardag. Tegenwoordig is dat al 70 en dat wordt mogelijk zelfs 75. Op de oude kleine vaarbewijzen staat echter nog uw 65e verjaardag als einddatum. In Nederland is dat geen probleem, maar buitenlandse handhavers hoeven niet te weten van de nieuwe regels in Nederland.

Hoewel Vamex een onafhankelijke stichting is, is zij door de overheid aangewezen om namens diezelfde overheid de examens en uitgifte van de kleine vaarbewijzen te verzorgen. Omdat een klein vaarbewijs een officieel voorgeschreven bewijs is, heeft Vamex onder andere toegang tot de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Zo kan men de identiteit van een kandidaat controleren, maar wordt Vamex ook automatisch geinformeerd wanneer u bijvoorbeeld naar een andere gemeente verhuisd. Zo blijft het register van houders van het klein vaarbewijs op orde. In de "begintijd" van het Klein Vaarbewijs was dat nog niet zo. Houders van een oud vaarbewijs zijn daardoor wellicht niet met de juiste gegevens bij de Vamex bekend en ook zijn de oude papieren vaarbewijzen gevoelig voor slijtage, voor aantasting door vocht en relatief fraudegevoelig. De overheid en Vamex willen daarom op termijn helemaal af van de oude vaarbewijzen.
Ook voor de houder van een ouder vaarbewijs zijn er voldoende redenen om deze te willen omruilen. Klein, van plastic, juiste einddatum en meteen het ICC. Maar omruilen kost nog wel geld en als het pasje nog goed is en u nooit in het buitenland vaart is er pas aanleiding om uw pasje om te ruilen als u 70 wordt.

Vamex is van plan om snel een inruilactie te starten. U kunt dan tijdelijk uw oude papieren omruilen voor een nieuwe vaarbewijs met ICC. Omdat er nu sprake van is dat de geldigheidsduur mogelijk wordt verlengd naar 75 jaar heeft Vamex besloten de geplande start van de omruilactie voorlopig even uit te stellen. Het zou immers zonde zijn als de omgeruilde vaarbewijzen een vervaldatum kennen, die nu nog gebaseerd is op de verlengingsleeftijd van 70 jaar, maar die bij eventuele nieuwe regelgeving niet juist zou blijken te zijn.

Zodra de regels voor de geldigheid van het vaarbewijs veranderen, kunt u verwachten dat op het examen vragen gesteld worden volgens de nieuwe regels.
Maak het u niet te lastig en doe nog dit jaar examen, dan weet u zeker waar u aan toe bent.

Lesmateriaal en cursus

Er is een brede keuze aan boeken, oefen-cd's en zowel online als klassikale lessen voor het Klein Vaarbewijs. Bij uw keuze is het allereerst belangrijk om te bepalen hoeveel tijd u in uw studie wilt steken en of u kiest voor zelfstudie of toch liever een cursus bij een opleider volgt. Klein Vaarbewijs I is zonder meer goed te doen met zelfstudie en een klein beetje doorzettingsvermogen en discipline. Voor het Klein Vaarbewijs II tellen met name de onderwerpen getijden en navigatie zwaar mee. Dit zijn onderwerpen die veel mensen lastig vinden. Ook hier geldt dat het allemaal prima met zelfstudie te doen is, maar dat de extra uitleg en begeleiding van een docent juist op die onderdelen wonderen kan doen. En juist voor de berekeningen van de waterstand of het uizetten van een peiling en gegist bestek bepalen, geldt: oefening vaart kunst. Dus veel sommetjes maken en zelf met passer, potlood en plotter op de leskaart werken.

Er zijn drie leerboeken voor het Klein Vaarbewijs in de handel. Elk boek heeft zo zijn sterke en zwakke punten en kan u daardoor juist meer of minder aanspreken. Op deze webpagina ziet u een handig overzicht. De nieuwe link naar de VBO Studiewijzer is ...
Welk boek u ook kiest; belangrijk is dat u een de bijbehorende cd of online examentraining kiest. Hierop vindt u veel extra oefeningen en op de computer krijgt u direct feedback op uw studievoortgang. Bij de ANWB kunt u kiezen voor boek en cd als combi, of boek en een losse cd. VBO heeft een losse cd. Bij de Leidraad voor het Vaarbewijs bestaat geen cd, maar daarvoor hebben wij wel een online examentraining beschikbaar.

Alle genoemde boeken en cd's bevatten de complete leerstof Klein Vaarbewijs I en Klein Vaarbewijs II.

Veel opleiders maken gebruik van eigen materiaal al dan niet in combinatie met een van de drie bekende cursusboeken. Omdat er zo veel staat te veranderen is het belangrijk dat u kiest voor een opleider die dat als hoofdactiviteit heeft of die in ieder geval per jaar een flink aantal kandidaten opleidt en waarvan u er dus vanuit mag gaan dat men zelf voldoende tijd steekt in het up-to-date houden van de eigen lessen. Vraagt u naar het aantal leerlingen en het slagingspercentage. Deze cijfers zijn niet openbaar en kunt u dus niet toetsen, maar geeft in ieder geval een beeld. Het staat een ieder vrij om een cursus klein vaarbewijs te geven en er is dan ook een groot aanbod. Voor u als cursist is het lastig om daarin de juiste opleider te kiezen en het moet ook nog eens met uw docent klikken. Kijk vooral kritisch naar de uitstraling van het bedrijf dat de cursus aanbiedt. Is men goed bereikbaar, heeft men een website die er verzorgd en actueel uitziet. Wat overigens niets garandeert. Er zijn bijvoorbeeld gepensioneerde kapiteins die nog niet eens de computer weten te vinden, maar geweldig les geven. Wilt u wel een beetje houvast kies dan voor een grotere opleider of een een opleider die is aangesloten bij Hiswa, CWO erkend is of een die lid is van Univaer of de Viok. En vraag gerust naar referenties.

Een aardig compromis tussen zelfstudie en een cursus zijn de vele online cursussen die er worden aangeboden. Sommigen zelf met begeleiding op afstand door een docent Met of zonder een slaaggarantie. Helaas is er veel kaf onder het koren en was er sprake van een wildgroei van aanbieders. Diverse opleiders hebben gewoon een-op-een hun Powerpoint presentatie op het internet gezet achter een logincode. Zonder boek en oefenvragen bent u dan eigenlijk nergens. Andere sites zien er gelikt uit, maar blijken de inhoud van derden gekopieerd en de aanbieder weet zelf stuurboord niet van bakboord te onderscheiden. Velen voldoen zelfs niet eens aan de basis vereisten van de wet Verkopen op afstand. En er wordt ook nogal met prijzen gestunt. Een enkeling heeft het begrepen en maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden van e-learning en nieuwe media.
Orienteer u dus eerst goed. Vergelijk prijzen en kwaliteit. Lees de kleine lettertjes en kijk wie de aanbieder is. Doe vooral ook eerst een proefles. En als u Klein Vaarbewijs II wilt halen vraag dan hoe men het oefenen op de kaart met passer ed. oplost? (De officiele leskaart mag namelijk niet zonder boek worden verkocht.)

Al het lesmateriaal voor het Klein Vaarbewijs is te bestellen in de Vaarwinkel ...

Pas op met tweedehands. Kies alleen een recent uitgaven. In 2009 en 2010 waren er veel wijzigingen in de vaarregels en de leerstof.

Vaarregels en manoeuvreren lastig

Omdat alle examens op de computer worden afgenomen heeft Vamex goed inzicht in hoe de kandidaten op bepaalde onderdelen scoren. Voor Klein Vaarbewijs I blijken de vaarregels en het manoeuvreren moeilijk. Naast begrippen als voorrang hebben en voorrang verlenen kent het Binnenvaart Politiereglement (BPR) ook het begrip medewerking verlenen. Dit blijkt nog wel eens lastig uit te leggen, zeker omdat dit gaat in combinatie met het onderscheid tussen grote en kleine schepen. Een schip dat vaart op een hoofdvaarwater heeft voorrang op een schip dat uit een nevenvaarwater het hoofdvaarwater op wil varen. Maar nu wordt het lastig. Een klein schip dat op het hoofdvaarwater vaart heeft formeel voorrang op een groot schip dat uit het nevenvaarwater komt. Omdat een groot schip echter lastig kan manoeuvreren en meer ruimte nodig heeft kent het BPR in deze situatie ook het begrip "medewerking verlenen". Dit betekent dat het kleine schip in deze situatie zijn vaart zo moet aanpassen dat het grote schip zonder problemen het hoofdvaarwater op kan varen. Het kleine schip doet dat door bijvoorbeeld de snelheid aan te passen of de koers iets te verleggen. Met enige fantasie kunt u zich voorstellen dat de examencommissie over deze en vergelijkbare situaties diverse verschillende vragen kan stellen. Op die manier is de vragenbank dus verrijkt met vele nieuwe vragen, terwijl men nog steeds binnen de afbakening blijft.

Manoeuvreren met een schip is lastig. In de praktijk, maar ook op het examen voor het vaarbewijs.

In de basis lijken veel regels op de verkeersregels. Rechts of stuurboord heeft voorrang. Voorrangsweg en hoofdvaarwater. Maak u de specifieke nautische begrippen eigen.

Uw en mijn vaarbewijs

Voor deze nieuwsbrief ben ik er niet aan toegekomen om de geschiedenis van het klein vaarbewijs in Nederland uit te pluizen. Er staat mij iets van bij dat het in 1982 ingevoerd zou worden, maar dat het uiteindelijk later werd. Volgens mij werd het ergens 1984. Wie meer weet kan op de website reageren. Klik hier ...

Uiteraard heb ik zelf ook een klein vaarbewijs. Nog voor ik naar de zeevaartschool ging had ik al mijn diploma dat recht gaf op het klein vaarbewijs al op zak. Maar toen en ook toen het vaarbewijs uiteindelijk werd ingevoerd was ik nog geen 18 en moest dus nog wachten voor ik het echte vaarbewijs kon aanvragen. Dat was het al genoemde papieren exemplaar. Twee jaar geleden heb ik deze omgeruild voor het moderne exemplaar op creditcard formaat met ICC.

Ik heb de destijds de vermoedelijk eerste cursus ooit gevolgd. VaarbeWijs van Teleac. Toen al multi-mediaal. Boek, elke week een uitzending op tv en op de radio (!) en een losse bundel met oefenvragen. Dat was in 1982 en de eerste personal computers kosten toen iets van $ 10.000, dus van oefen-cd was geen sprake. Samen met vele anderen deed ik examen op 3 april 1982 in een grote sporthal in Rotterdam, waar nu de uitbreiding van de Dierentuin Blijdorp staat. Je kreeg dan het diploma Pleziervaart theorie, dat dan later recht zou geven op het klein vaarbewijs. Mijn score 89 punten van de 100 en dus geslaagd. Het boek heb ik nog steeds en ik ben benieuwd hoe we nu naar de televisiebeelden zouden kijken. Zouden die nog te vinden zijn?

Deel uw vaarbewijs ervaringen met ons op de website; klik hier ...

Verder leren

Goed voorbereid het water op, betekent op ook gewapend met de juiste kennis. In het winterseizoen leren voor uw favoriete hobby is niet alleen leuk, maar ook erg nuttig. Meer kennis, meer zelf vertrouwen en vanzelf komen meer en verder gelegen vaargebieden in beeld. Na het behalen van het Klein Vaarbewijs zijn er voldoende onderwerpen waar u zich nog verder in kunt bekwamen. Zij het vooral op vrijwillige basis. Alleen als u een marifoon of andere maritieme zender aan boord heeft moet u verplicht over de juiste diploma's beschikken. De rest is eigenlijk vrij aan u, tenzij u deel wilt nemen aan georganiseerde verre tochten of wedstrijden.

Omdat veel mensen er voor kiezen het examen Klein Vaarbewijs I en II los van elkaar te doen, geef ik altijd het advies om dan een cursus Theoretische Kustnavigatie (TKN) te overwegen. Klein Vaarbewijs I met TKN geeft u namelijk ook recht op Klein Vaarbewijs II en daarmee het ICC Coastal Waters. TKN heeft deels een overlap, maar gaat verder op de onderdelen navigatie en varen op stromend water en op zee. Als dat uw horizon is, dan is TKN beslist te overwegen

Als u een marifoon aan boord wilt hebben, dan bent u verplicht een bedieningscertificaat te halen. Minimaal is het basiscertificaat marifonie voor de bediening van een zogenaamde binnenvaartmarifoon. Gaat u de zee op dan moet u al de uitbreiding met GMDSS hebben. Basis plus GMDSS geeft u dan het Marcom-B certificaat. Een marifoon is ook verplicht als u op radar wilt varen. Let dan echter op. Op radar varen bij slecht zicht is alleen toegestaan met een gecertificeerde en gekeurde radarinstallatie. En daarvoor moet u dan een diploma radarwaarnemer hebben. Er bestaan geen watersport radars met een dergelijke keuring en voor een watersport radar is geen diploma vereist, maar u mag dan dus op aangewezen wateren niet varen als het zicht beperkt is.

Elk schip heeft wel een motor. Een cursus dieseltechniek is dan ook beslist een aanrader. Ook deze kunt u online doen. Klik hier ... Ook voor andere klussen aan boord bestaan er opleidingen, workshops en cursussen. Hoe meer u zelf kunt doen, hoe beter.

Voor alle hier genoemde onderwerpen vindt u in de Vaarwinkel het juiste lesmateriaal ...

Winterklaar maken

Volgende week besteden we aandacht aan het winterklaar maken van uw schip en de klussen die daarbij komen kijken. Speciale wensen; laat het ons weten op redactie@vaarwijzer.nl.

Tot volgende week.